Ay ay ay ay caramba
Ik bel bijna dagelijks met de garage. De communicatie loopt mank. Ons geduld wordt op de proef gesteld.
Khaan, Hannah en ik gaan wandelen en verkennen de prachtige omgeving. Khaan en Remco doen dagelijks aan krachttraining. Remco en Bo maken er vakantie van, houden marathon sessies kaarten en gaan zonnen en zwemmen in en aan de rivier. Khaan belt vele uren. Hannah doet kleine en grote wasjes en laat de wasmachines draaien. Hannah doet boodschappen al dan niet met gezelschap. Afwassen en afdrogen doe ik zelden omdat ik kook. De anderen wisselen af. Er worden veel chips, snoep en ijsjes gegeten. Ik train Sia en laat haar veel vers gras eten.
Eduardo is een kleine goedlachse man met dunne benen in een rijbroek gewrongen. Zijn polo met reclame, hij organiseert tochten te paard, is ruim en verraadt een voorliefde voor lekker eten. Hij praat luid, is druk en maakt aldoor grappen. Ik heb een paar keer met hem te doen omdat hij me eten voor Sia kan bezorgen. Mijn reisgenoten vinden hem irritant.
De eerste partij droogvoer is prima, de tweede levering zit vol schimmel. Hij maakt zich er van af met grapjes waar hij zelf hartelijk om lacht. Een Spaans paardencontact verzekert me dat de kwaliteit niet goed is maar geen kwaad kan voor een korte periode. Twee keer benadert Eduardo Sia, twee keer verzet ze zich. Ik krijg de wijze raad een ‘barra’ te gebruiken en hij maakt een slaande beweging. Ik reageer afkeurend, weer een grap, weer dat lachje. Ik maak een deal voor een laatste partij hooi van goede kwaliteit dat we oppikken wanneer we de auto terug hebben.
Zijn paarden, 10 stuks, staan dicht bijeen aan korte touwen vastgebonden, enkelen staan in de schaduw, de anderen deels, sommigen zijn gezadeld. Alles ziet er verzorgd uit. Als ik de paarden benader blijven ze apathisch voor zich uit staren.
Eduardo is een kleine man met dunne benen in een rijbroek gewrongen. Zijn rijbotjes verbergen bokkenpootjes en hij heeft een sardonisch lachje!
Na twee weken komt de garage met het nieuws dat ze niets vinden, na drie testritten lijkt alles normaal. Is dat alles wat ze al die tijd gedaan hebben!? En naar brandsporen in de motor zoeken, vraag ik, kunnen we doen maar dan moet hij hier nog twee weken blijven, als ik vraag of hij dit meent is het antwoord, si señor.
Dit is de druppel die de emmer doet overlopen. Ik vraag of ze kunnen garanderen of het veilig is om in de bergen met een paardentrailer rond te rijden. Dat willen ze niet, maar maandag kunnen ze nog een testrit doen. Het is nu vrijdag en te laat om de auto voor maandag op te halen. Ik vraag of ze de testrit vroeg in de ochtend, de late middag of het ‘s nachts gaan doen. No en la noche antwoord de man afgemeten. Maandag bel ik terug, de vierde testrit is naar morgen doorgeschoven! Ik bedank de man voor zijn diensten en laat weten dat we de auto de volgende dag komen ophalen en reserveren meteen een taxi.
Het stuur losjes in de hand toont de sympathieke taxi chauffeur zijn stuurmanskunst op de kronkelende wegen van de Sierra de Cazorla met overstuurde magen tot gevolg. Na twee fastfoodmaaltijden op enkele uren tijd, bij één van de bekendere fastfoodketens, voelen Hannah en Khaan zich weer gezond. Tussendoor vullen ze de tekorten voor onze verdere reis aan door gretig te shoppen in een XXL supermarkt.
Net geen drie weken zijn we afhankelijk van het XXS winkeltje in het dorp. Ondanks de beperkte keuze aan levensmiddelen slaag ik er wonderwel in het lichtgewicht kampeertafeltje vol gevarieerde gerechten te toveren. Verbale dankbetuigingen zijn mijn deel, maar zijn klein bier vergeleken met het enthousiasme waarmee mijn disgenoten hun diepe kommen, borden hebben we niet, volladen en overgaan tot het vliegensvlug verorberen of traag wegwerken van de met pikante saus overgoten inhoud. De sensatie van het koude prikwater waarmee we onze maaltijd doorspoelen is de kers op de taart.
We slaken een zucht van opluchting wanneer den Disco niet in het minst gehinderd door de zelfgeproduceerde stofwolk tussen trailer en tenten tot stilstand komt. Eindelijk!
Ay ay caramba
We verblijven op de camping op 2 kilometer van Coto Rios, een klein dorp in de Sierra de Cazorla. Het braak liggend stuk grond, waar we Sia mogen zetten, hoort technisch gezien bij de camping, een afrastering scheidt het perceel van de tussen de hoge loofbomen gecreëerde kampeerplaatsen, sanitaire blokken en andere ‘nutsvoorzienende’ installaties. In de winter heeft het extreem hard geregend waardoor de aangrenzende rivier niet voor het eerst buiten zijn oevers is getreden en de camping schouderhoog blank heeft gezet. Het terrein is bezaaid met kannen, flessen, kleren, een ijskast en andere spullen, wiens waarden samen met het water zijn weggespoeld.
Bij het verplaatsen van onze onmisbare Discovery komt er rook onder de motorkap vandaan. Het bijhorende geurtje voorspelt niet veel goeds. De man met de takelwagen overlegt met zijn baas en met de de man van de verzekering en ze besluiten de auto naar een Landrover garage in Jaen te brengen. De laatste keer dat de auto voor een reparatie naar de ‘taller’ is gebracht voor een kleine reparatie hebben we hem 3 weken later kunnen ophalen. Positief ingesteld als we zijn, gaan we er vanuit dat het deze keer niet zo‘n vaart zal lopen, of net wel, vaart, lopen … !
Bij het instappen van de trailer, hoge opstap, kleine lage opening heeft Khaan zijn hoofd zo hard gestoten dat alles er op wijst dat hij een lichte hersenschudding heeft. De ons door de omstandigheden opgedrongen rustdagen, geven hem de nodige tijd om van de lastige symptomen af te geraken.
Het wachten op de camping duurt lang, we willen terug op pad. Meermaals kruisen we het pad van een dikke pad op het pad van de camping.
We krijgen dagelijks, bij valavond, bezoek van een vos die bedelend rond tenten en mobiele huizen sluipt. We krijgen dagelijks, bij valavond, bezoek van een everzwijn dat ons smekend om eten aanstaart. De ene avond is ze alleen, andere avonden dribbelen er één of meerdere biggen achter haar aan.
Campinggasten gooien maar al te graag hun restafval naar deze schattige bewoners van het uitgestrekte natuurpark.
Het everzwijn rent gillend weg nadat het met haar harige achterste in aanraking komt met de elektrische omheining waarin Sia zich bevindt.
Gezang van vogels van allerlei pluimage kleuren de dag en maken de nacht lawaaierig. Geregeld worden we wakker van een angstaanjagend gekrijs en gegil en vragen ons af wie jager en wie prooi is. Een ekster daagt een kat uit. Een uil klinkt als het alarm van een vrachtwagen die achteruit rijdt. Een specht hakt er in zijn gekende stijl op los.
Gemoedelijk hangt de familie reeën rond aan de rand van het nabij gelegen dorp. Ook zij wachten geduldig op een snelle hap.
Het loopt deze keer net zoveel vaart als het vorige garage bezoek. Het loopt van geen meter. We lopen de muren op in plaats van de caminos.
Ode aan De Fikser
Met ruim 8,5 miljoen inwoners is Andalusië de dichtstbevolkte regio van Spanje. De meeste mensen wonen in steden en aan de kust, het binnenland is zeer dunbevolkt. Terwijl veel traditionele, afgelegen dorpen nog steeds bevolkingsdaling en vergrijzing zien, trekt een toenemend aantal, veelal buitenlandse nieuwkomers, naar bepaalde delen van het binnenland.
We zijn nu 29 dagen, waarvan 22 stapdagen, onderweg, en hebben 431,5 kilometer afgelegd. Dagelijks zetten Hannah en Khaan het traject van de volgende dag of dagen uit, wat niet altijd evident is, en wat ze met grote zorgvuldigheid doen. Op de kaart wordt ‘een speld’ geplaatst. Wie eerst ter plaatse is, meestal Hannah, zoekt dan een geschikte kampeerplaats. Altijd zijn we blij verrast met het uitgekozen stuk grond om te overnachten. Uiteraard proberen we toestemming te vragen, maar dikwijls is er, buiten een kat, niemand te zien. “Er is geen kat te zien”, bestaat trouwens niet letterlijk in het Spaans. Wel zeggen ze, “no hay ni cuatro gatos” wat me niet verbaast gezien het binnenland dichter bevolkt lijkt met katers en kattinnen van allerlei allooi, dan met mensen.
Rond de dorpen en aan de randen van stadjes - steden vermijden we - zijn velden, akkers en boomgaarden met zichtbare zorg onderhouden. Wij kamperen met toelating ván, of, ons aangewezen dóór, een plaatselijke boer of dorpeling, op ongeploegde gronden en tussen ongesnoeide bomen. Deze verwilderde terreinen zijn van rijke mensen uit Granada, Barcelona of een andere grote stad, “no pasa nada”. Ze lijken me niet jaloers of afgunstig op de rijkdom van de, ooit, naar de steden uitgeweken dorpsgenoten. Graag maak ik een praatje met deze uitermate gereserveerde, vriendelijke en behulpzame Andalusiërs. Voor velen is de oogst van olijven, amandelen en of andere gewassen een aanvulling op een laag loon of klein pensioen.
Een enkele keer word ik uitgenodigd om de overwoekerde randen van de oude man zijn moestuin te snoeien. “Buena comida por el caballo”, herhaalt hij meermaals enthousiast, weigeren heeft geen zin! Veel energie en goesting, om al te lang krom te staan, heb ik niet, na een vermoeiende dag ‘slenteren’, langs, te veel, geasfalteerde “carreteras”! Sia vertraagt aanzienlijk op harde ondergronden. Mijn ondertussen geoefende, naar paardeneten speurende oog, is niet overtuigd dat ze hier ook maar iets van zal eten, wat later wordt bevestigd. Terwijl Pépé me hevig supporterend aanmoedigt om zijn berm te onderhouden - hij noemt alle Belgische voetballers die in Spanje spelen bij naam - duwt hij me een uitgedroogde, harde krop sla, in de met onkruid overladen armen. De berg groen belemmert me het zicht, en moeizaam navigerend op het oneffen terrein, baan ik me struikelend een weg terug naar onze nederige nederzetting.
We wandelen gemiddeld 19,5 kilometer per dag, en de weinige dorpen die we passeren, hebben lang niet allemaal een supermercado, een panaderia of een carniceria. Vers gras of andere gewassen en water voor Sia zijn in sommige gebieden, schaars of niet aanwezig. We zijn dan ook zeer blij en uitermate dankbaar, wanneer we in de vroege of late middag, den Disco met aanhanger zien opduiken. De twintig jaar oude Landrover Discovery wordt, ondanks of omwille van zijn gebreken en sporadisch mechanisch falen, liefkozend, den Disco genoemd. De oude, robuuste, getunede paardentrailer herbergt, onder andere, 10 tallen kilo’s paarden- en mensen ‘voer’. Het is geen sinecure om met dit uit de kluiten gewassen vehikel, de smalle, bochtige en steile wegen van de desolate sierras, te overwinnen. Mijn moedige vrouw doet dit alsof ze nooit anders heeft gedaan!
Fikser Hannah!
Volgens mij heeft ze een extreem ontwikkeld ‘zorgorgaan’ waardoor ze deze functie als geen ander bekleedt, ze haalt dagelijks alles uit de kast én de supermercado, om ons bij aankomst op chips en limonade te trakteren. De kleine beschikbare ruimten puilen uit met groenten en fruit, onze super-de-luxe koelbox is ‘next level Tetris gewijs’ ingeladen met koel te bewaren etenswaar, de 100 liter water, verspreid over 4 bidons, wat heel wat sleurwerk vereist, zijn volgetankt. Meermaals per week, wanneer de zon onderschaduwd wordt door grote of kleinere wolkenmassa’s en de zonnepanelen werkloos naar de lucht staren, steekt ze extra energie, zorg, en sleurwerk in het, ‘ergens’, opladen van de zware batterij.
Om de paar dagen, wanneer sokken en onderbroeken opgesoupeerd zijn, sleurt ze vele kilo’s onwelriekend wasgoed richting een openbaar waslokaal, om terug te keren met naar goedkoop wasproduct ruikende kleren. De moderne wasmachines spugen bij elke wasbeurt een voorgeprogrammeerde dosis zeep met het nodige geroffel de trommel in, waardoor we onze eigen ecologische, dermatologische en dure plastic fles zeep, voor piet snot, meesleuren. Verder kwijt ze zich vol overgave aan, afwassen, was ophangen, groenten snijden, koffie en thee zetten, garages bellen, routes uitstippelen, filmpjes maken en posten, en het organiseren en reorganiseren van het kampement, om vervolgens liefst voor het donker de smalle slaapzak in te kruipen.
Wat zonder onze trouwe, onbaatzuchtige fikser een heuse expeditie zou zijn, wordt door haar tomeloze energie en toewijding, voor ons, “a walk in the park”!
Un caballo guapo Een mooi paard
Wanneer ik op een weekenddag dwars door het stadje Baza wandel, het verkeer in beide richtingen ontwijk en mij een weg baan tussen de dubbelgeparkeerde wagens en andere voertuigen geladen met oranje gasflessen of andere goederen die de rekken van de detailhandel vullen, routebeschrijving in de ene hand, paard in de andere hand, word ik omringd door echoënde kinderstemmen die ‘un caballo” roepen.
Een oude BMW, met 3 vlezige in de autozetels hangende dames van het zigeunerachtige type, passeert me 2 keer en telkens roept de bestuurster me zelfzeker toe dat ze het paard wil kopen. Beleefd wimpel ik het aanbod af. De luide commentaar die hierop volgt is, denk ik, niet aan mij gericht. Met net geen gierende banden scheuren ze weg.
Even later komt een tandeloze kerel met doffe, waterachtige ogen, vragen hoeveel een paard kost. In mijn beste Spaans vertel ik hem, met een schalkse glimlach, “el precio de un caballo es el precio el loco quieres pagar”. Duidelijk van zijn onzekere stuk gebracht wenst hij me ‘un buen viaje’. Met de ogen op zijn vuile sneakers gericht, druipt hij monkelend af.
In het centrum komt het drukste kruispunt van de stad tot stilstand. Tegen alle verkeersregels in, lichten negerend, keert een auto linksom en gooit de remmen dicht. Alles rondom mij verstomt en iedereen staart mij aan. Een luide stem gebiedt me een prijs voor het paard te noemen. Ik zeg dat het paard niet te koop is. Ella tiene cinco años, hoor ik dezelfde luide stem nog roepen, seis, verbeter ik hem. Al betwijfel ik dat hij dit nog gehoord heeft. Het verkeer trekt zich op gang, en alsof er niets gebeurt is, steek ik met mijn kostbare, dierbare en uiterst koele metgezel, het drukke kruispunt over en wandel in alle rust, nog 1,5 kilometer, verder door de stad.
We kuieren lange tijd, langs een kabbelend riviertje waarvan de oevers gevormd worden door gladde rotspartijen, door een stukje dennenbos met hoge dennenbomen waartussen warme zonnestralen voor gestileerde schaduwpartijen zorgen, en over open groene veldjes waar een klein type varens zacht wiebelen in het koele briesje. Ondanks een voor ons licht oplopende verharde weg, is het hier ronduit vredig.
Wanneer ik met Khaan even pauzeer om een stuk stokbrood, de dagelijkse noten- of proteïnebaar en een mandarijn te eten, schenken we amper aandacht aan de grijze, door de tand des tijds aangetaste auto, die traag onze richting uit rijdt en enkele ogenblikken later, achter ons, schuin op de weg tot stilstand komt. De rondbuikige kalende oudere man lacht zijn onverzorgde tanden bloot, brengt zijn verweerde vingers samengevouwen naar zijn mond, kust deze en werpt een zoen richting Sia. Hij roept,”caballo guapa”, vermeldt met enige trots dat hij ook een pony heeft, en vraagt of het kampement met paardentrailer een stuk verderop bij ons hoort. Blij dat hij het helemaal begrepen heeft en zichtbaar genietend van deze ontmoeting, tuft hij verder. Later wanneer ik de elektrische omheining voor Sia aan het plaatsen ben rijdt hij, positief gebarend, voorbij. Nog later wanneer ik even neerzit, om de nog steeds pijnlijke voeten rust te gunnen, zie ik hem voor de derde keer, duim omhoog, passeren. Wat is het Spaanse woord voor ‘stalking’?!
Un caballo guapo, Una yegua hermosa, … bella, … bonita, … ! Dagelijks wordt Sia, door de diverse Spaanse populatie, met superlatieven overladen. Op de meest verlaten en desolate locaties duikt er wel iemand op die haar wil kopen. En meermaals wordt me gevraagd waarom ik een paard meeneem en er niet op rijd. En hoewel ik in mijn dromen natuurlijk met mijn uiterst snelle trouwe viervoeter door de mooiste landschappen galoppeer waarbij onze lange, grijze en zwarte manen, ritmisch en horizontaal met de snelheid van de wind in de perfecte plooi golven, klopt het helemaal om de 1000 kilometer te voet af te leggen.
Meestal oudere mannen, vertellen me, hebben zelf, of hun vader zaliger een paard, een ezel, een muilezel of een veelvoud van gehad. Ze erkennen met trots haar nobele Spaanse afkomst. Als ze enige interesse tonen vertel ik kort over onze reis. Soms ontstaat er een echte dialoog, maar meestal, erg spraakzaam zijn ze zelden, ronden ze het gesprek af met de stopwoorden “venga” of “vale”, waarmee ze hun goedkeuring en of ongeloof uiten. Vrouwen, heb ik gemerkt, al wil ik dit niet veralgemenen, ontmoetingen zijn schaars, komen sneller op dreef. Als hun geratel me te snel gaat en ik hun op de hoogte breng van mijn buitenlandse afkomst en mijn gebrekkige beheersing van hun prachtige taal, beginnen ze dezelfde uitleg opnieuw maar dan LUIDER! Meestal kan ik dan min of meer toch iets van de verhalen volgen, al ligt het niet aan de luidere stem, ik ben niet doof, maar aan het herhalen van dezelfde woorden.
Mensen met minder economische middelen hadden een ezel of muilezel. Een paard of paarden, zeker de traditionele rassen zoals de Pura Raza Española of PRE, waren en zijn nog steeds diepgeworteld in de cultuur en een symbool van status en nationale trots. Sia en Diva stammen af van deze door Spaanse edellieden gefokte paarden. Voor hetzelfde geld, of misschien voor minder geld, hadden we twee, niet raszuivere of cruzados, gekocht. Met status en nationale trots ben ik, hoegenaamd, volstrekt en in het minst, niet bezig.
Toen ik een 20 tal jaar geleden voor het eerst in de Alpujarras kwam was het beeld van een, toen al oudere man, achter ploeg en muilezel lopend, een vertrouwd beeld op het platteland. Heden ten dage is het, net zoals te voet reizen met een paard, een zeldzaamheid.
Door Berg en Dal
Tweede rustdag, negen stapdagen ver, gemiddelde afstand per dag 18,94 kilometer. Khaan en Remco lopen met de camera, dan eens voor me, om me dan een tijdje later weer gezwind voorbij te steken. Hun topsnelheid ken ik niet, hun gemiddelde snelheid berekent over de beweegtijd is 5,7 km/u. Bo loopt het merendeel van de tijd met Remco, haar gemiddelde is 5,5 km/u. Ik ben verbaasd en trots, des te meer omdat we er al 4500 hoogtemeters hebben opzitten. Sia en ik bengelen achteraan, aan een gemiddelde van 5,1 km/u, wat een hele aanpassing is voor mij, gezien ik - tot ergernis van vrouw en dochter - altijd vooraan moet lopen en elke helling aanval alsof mijn leven ervan afhangt.
Ik kan mijn tempo niet lopen en vind geen ritme wat het wandelen extra vermoeiend maakt. Talrijke pogingen om Sia tot meer snelheid aan te zetten resulteren in meer dan 600 kilo onverzettelijkheid, als aan de grond genageld blijft ze staan, pas als ik de spanning van het touw haal komt ze na een tijdje terug in beweging om in haar eigen tempo verder te gaan. Meer dan eens staat het touw plots strak en als ik achterom kijk staat ze, in volle glorie, poten in een perfecte rechthoek, spieren strak gespannen, met haar hoofd en staart omhoog, de omgeving te overschouwen om dan met een diepe zucht verder te stappen, in haar eigen tempo.
Andere keren kijk ik om en staat ze met zachte ogen, meer ontspannen, in bijna dezelfde houding, en bemest ze het smalle straatje met de witte gevels of het dorpsplein met zijn gepolijste tegels, terwijl de mensen op het terras van het café toekijken, door het scherm van hun smartphone. Als ik omkijk en ze zet haar achterste poten verder naar achter waarbij haar machtige bilspieren, die op 9 dagen een ware metamorfose hebben ondergaan, zich opspannen komt er gegarandeerd een troebele straal pis op eender welke ondergrond terecht. Telkens ontsnapt er een zucht en stapt ze verder in haar eigen tempo.
We volgen delen van de GR7, de GR140 en 142 en een stuk van de pelgrimsroute van Almería naar Santiago de Compostella. We zien de Sierra Nevada met zijn besneeuwde toppen achter ons verdwijnen en lopen rakelings de Sierra de Gador voorbij. De GR loopt door een rivierbedding waar water door stroomt en meerdere keren loopt het pad dood en worden er grote stenen aangesleurd om natte voeten bij het oversteken te vermijden. Wanneer we eindelijk de Tabernas woestijn in het vizier krijgen, de enige (half)woestijn van Europa, worden we getrakteerd op een hevige onweersbui, met plassen in de schoenen tot gevolg. De laatste 10 kilometer lopen we, tussen 2 muren die door het landschap slingeren, door weer een andere rivierbedding, waar aan de begroeiing te zien, in geen honderd jaar een druppel water heeft gestroomd.
“Ik ben nog nooit zo dicht bij een woestijn geweest en zo nat geworden”, merkt Remco droog op.
We bewegen ons door berg en dal, over een verscheidenheid aan wegen en paden allen met hun specifieke ondergrond. Nieuw beton is zwart en verbazend egaal, oud beton vergrijsd en vergruisd door de alles verslindende zomerzon. “Pistas” variëren van gele naar bruine tot roodachtige zanderige ondergronden en tot egale en hobbelige met grint bezaaide wegen.
De caminos op de flanken van de Sierras zijn afgeboord met harde en doornige gewassen en zijn met stenen in ontelbare maten bezaaid, en soms smal. Andere passages zijn rotsig of steil, of beiden. Menigmaal monster ik de moeilijke passage en tracht ik in te schatten of Sia er langs kan, één misstap en er glijdt of stort, een wit grijze massa naar beneden, al dan niet met veel erg óf met fatale afloop. Gelukkig is ze koel in het hoofd, eigengereid en koppig. Karaktertrekken die me gerust stellen. Ik vertrouw op haar instinct, geef haar de nodige ruimte en tijd om de hindernis te bekijken en ben verbaasd hoe het enorme lijf zich krachtig, trappend, schuivend en springend over die moeilijke meters verplaatst, terwijl bruin-grijze sprinkhanen houterig het ruime stof kiezen.
We zijn ons ervan bewust dat, gezien de slechte staat van sommige paden, er een dag komt, dat er een onmogelijke passage is voor Sia en we kilometers om moeten lopen. Voorlopig hebben we het geluk aan onze kant.
Waar dromen werkelijkheid worden
De eerste stappen gaan over bekend terrein, de eerste kilometers ook. De eerste kampplaats is idyllisch. De eerste nacht slapen we slecht. Nu we eindelijk op pad zijn, zijn er vele eerste keren! Bo moet zich aanpassen aan het smalle bed. Sia slaapt voor het eerst vastgemaakt aan de trailer, haar hoeven knarsen bij elke beweging op de met stenen bezaaide ondergrond, Khaan en Remco worden bij elke ruk aan het touw wakker geschud. Hannah en ik waken over de merrie, ze legt zich neer, een teken dat ze op haar gemak is. Een paard moet 30 tot 60 minuten liggend kunnen slapen om in de diepe REM slaap te gaan, zonder diepe slaap bouwt ze stress op wat niet wenselijk is gezien de vele onbekende situaties die ze tegemoet gaat. Eén keer moet ik de daktent uit, haar voorpoot haakt achter het touw, in mijn onderbroek bevrijd ik haar uit haar hachelijke positie, ze panikeert niet, een grote geruststelling. De nacht is fris. De tweede nacht moet ik er ook uit, het touw haakt achter de hoek van de trailer, ook nu blijft ze cool! De volgende nachten moet ik alleen mijn bed uit om te plassen, we horen haar geregeld snurken.
Het is warm maar niet heet. De bermen staan vol witte en gele bloemen, ook andere kleuren zijn in mindere mate aanwezig. De grassen zijn stug, de struiken hard en stekelig, pas als er water in de buurt is worden ze sappig en knapperig, Sia is er dol op. Het asfalt is oud en zit vol putten en verwarmt de zolen van onze stapschoenen, de omgeving is adembenemend! Achter me klakken de hoeven van Sia ritmisch en monotoon. Bo en de jongens lopen voor me uit, vrolijk keuvelend, hun tred is licht, bijna dansend. Beeld en geluid, synchroon, harmonieus.
Stilaan dringt het door. Een jaar geleden beslisten we deze tocht te maken, een jongensdroom van deze jongen, na meer dan 30 jaar is de droom, eindelijk, werkelijkheid geworden!
-Dirk Ceulemans
Voorwoord van de blogger
Waarom U deze blog MOET lezen
Uiteraard moet U helemaal niets maar ik heb bij deze uw aandacht en kan ik alleen maar hopen dat mijn schrijfsels U genoeg boeien om verder te blijven lezen! Zelf ben ik geen groot lezer en hoewel ik zeker niet anti ben is het sociale media gebeuren niet persé aan mij besteed. Volgens enkele mensen in mijn omgeving is dit te wijten aan mijn iets gevorderdere leeftijd. Mijn ‘sowieso’, wat een mooi woord, ietwat andere brein legt weinig interesse aan de dag voor het tempo waaraan beeld en geluid voorbij flitsen. Het voelt aan alsof ik in een hogesnelheidstrein door een tunnel raas waar op de muren salvo’s kleurrijke zever en onzin afgevuurd worden. Misschien ben ik U nu al kwijt, wat natuurlijk spijtig zou zijn, maar wat ik ook kan begrijpen. Zelf heb ik nog nooit een blog gelezen of volg ik niemand. Ik voel me dus ook niet beperkt door “blogregels”. En vermits ik mezelf geen schrijver noem hoef ik mij ook niet aan literaire en of taal afspraken te houden. Ik neem de vrijheid om volledig mijn goesting te doen en vooral te genieten van dit schrijfproces.
Ik ben mij uiteraard bewust van het feit dat U van deze blog, net als ik elke dag van deze reis, verwachtingen koestert. Laatst hoorde ik, van neef Thijs, een Engels gezegde, wat ik bij deze op mijn beurt met U wil delen, omdat het sinds we onderweg zijn met Sia het paard zowel letterlijk als figuurlijk meermaals van toepassing was.
You can leed a horse to water, but you can’t make it drink!
Ook in de deze blog context vind ik het toepasselijk. Ik kan U, geachte lezer, mijn schrijfsels op een elektronisch dienblad aanbieden, ik heb geen enkele garantie dat U verder lezen wil!
-Dirk Ceulemans