Door Berg en Dal

Tweede rustdag, negen stapdagen ver, gemiddelde afstand per dag 18,94 kilometer. Khaan en Remco lopen met de camera, dan eens voor me, om me dan een tijdje later weer gezwind voorbij te steken. Hun topsnelheid ken ik niet, hun gemiddelde snelheid berekent over de beweegtijd is 5,7 km/u. Bo loopt het merendeel van de tijd met Remco, haar gemiddelde is 5,5 km/u. Ik ben verbaasd en trots, des te meer omdat we er al 4500 hoogtemeters hebben opzitten. Sia en ik bengelen achteraan, aan een gemiddelde van 5,1 km/u, wat een hele aanpassing is voor mij, gezien ik - tot ergernis van vrouw en dochter - altijd vooraan moet lopen en elke helling aanval alsof mijn leven ervan afhangt.

Ik kan mijn tempo niet lopen en vind geen ritme wat het wandelen extra vermoeiend maakt. Talrijke pogingen om Sia tot meer snelheid aan te zetten resulteren in meer dan 600 kilo onverzettelijkheid, als aan de grond genageld blijft ze staan, pas als ik de spanning van het touw haal komt ze na een tijdje terug in beweging om in haar eigen tempo verder te gaan. Meer dan eens staat het touw plots strak en als ik achterom kijk staat ze, in volle glorie, poten in een perfecte rechthoek, spieren strak gespannen, met haar hoofd en staart omhoog, de omgeving te overschouwen om dan met een diepe zucht verder te stappen, in haar eigen tempo.

Andere keren kijk ik om en staat ze met zachte ogen, meer ontspannen, in bijna dezelfde houding, en bemest ze het smalle straatje met de witte gevels of het dorpsplein met zijn gepolijste tegels, terwijl de mensen op het terras van het café toekijken, door het scherm van hun smartphone. Als ik omkijk en ze zet haar achterste poten verder naar achter waarbij haar machtige bilspieren, die op 9 dagen een ware metamorfose hebben ondergaan, zich opspannen komt er gegarandeerd een troebele straal pis op eender welke ondergrond terecht. Telkens ontsnapt er een zucht en stapt ze verder in haar eigen tempo.

We volgen delen van de GR7, de GR140 en 142 en een stuk van de pelgrimsroute van Almería naar Santiago de Compostella. We zien de Sierra Nevada met zijn besneeuwde toppen achter ons verdwijnen en lopen rakelings de Sierra de Gador voorbij. De GR loopt door een rivierbedding waar water door stroomt en meerdere keren loopt het pad dood en worden er grote stenen aangesleurd om natte voeten bij het oversteken te vermijden. Wanneer we eindelijk de Tabernas woestijn in het vizier krijgen, de enige (half)woestijn van Europa, worden we getrakteerd op een hevige onweersbui, met plassen in de schoenen tot gevolg. De laatste 10 kilometer lopen we, tussen 2 muren die door het landschap slingeren, door weer een andere rivierbedding, waar aan de begroeiing te zien, in geen honderd jaar een druppel water heeft gestroomd.

“Ik ben nog nooit zo dicht bij een woestijn geweest en zo nat geworden”, merkt Remco droog op.

We bewegen ons door berg en dal, over een verscheidenheid aan wegen en paden allen met hun specifieke ondergrond. Nieuw beton is zwart en verbazend egaal, oud beton vergrijsd en vergruisd door de alles verslindende zomerzon. “Pistas” variëren van gele naar bruine tot roodachtige zanderige ondergronden en tot egale en hobbelige met grint bezaaide wegen.

De caminos op de flanken van de Sierras zijn afgeboord met harde en doornige gewassen en zijn met stenen in ontelbare maten bezaaid, en soms smal. Andere passages zijn rotsig of steil, of beiden. Menigmaal monster ik de moeilijke passage en tracht ik in te schatten of Sia er langs kan, één misstap en er glijdt of stort, een wit grijze massa naar beneden, al dan niet met veel erg óf met fatale afloop. Gelukkig is ze koel in het hoofd, eigengereid en koppig. Karaktertrekken die me gerust stellen. Ik vertrouw op haar instinct, geef haar de nodige ruimte en tijd om de hindernis te bekijken en ben verbaasd hoe het enorme lijf zich krachtig, trappend, schuivend en springend over die moeilijke meters verplaatst, terwijl bruin-grijze sprinkhanen houterig het ruime stof kiezen.

We zijn ons ervan bewust dat, gezien de slechte staat van sommige paden, er een dag komt, dat er een onmogelijke passage is voor Sia en we kilometers om moeten lopen. Voorlopig hebben we het geluk aan onze kant.

Vorige
Vorige

Un caballo guapo Een mooi paard

Volgende
Volgende

Waar dromen werkelijkheid worden