Ay ay ay ay caramba
Ik bel bijna dagelijks met de garage. De communicatie loopt mank. Ons geduld wordt op de proef gesteld.
Khaan, Hannah en ik gaan wandelen en verkennen de prachtige omgeving. Khaan en Remco doen dagelijks aan krachttraining. Remco en Bo maken er vakantie van, houden marathon sessies kaarten en gaan zonnen en zwemmen in en aan de rivier. Khaan belt vele uren. Hannah doet kleine en grote wasjes en laat de wasmachines draaien. Hannah doet boodschappen al dan niet met gezelschap. Afwassen en afdrogen doe ik zelden omdat ik kook. De anderen wisselen af. Er worden veel chips, snoep en ijsjes gegeten. Ik train Sia en laat haar veel vers gras eten.
Eduardo is een kleine goedlachse man met dunne benen in een rijbroek gewrongen. Zijn polo met reclame, hij organiseert tochten te paard, is ruim en verraadt een voorliefde voor lekker eten. Hij praat luid, is druk en maakt aldoor grappen. Ik heb een paar keer met hem te doen omdat hij me eten voor Sia kan bezorgen. Mijn reisgenoten vinden hem irritant.
De eerste partij droogvoer is prima, de tweede levering zit vol schimmel. Hij maakt zich er van af met grapjes waar hij zelf hartelijk om lacht. Een Spaans paardencontact verzekert me dat de kwaliteit niet goed is maar geen kwaad kan voor een korte periode. Twee keer benadert Eduardo Sia, twee keer verzet ze zich. Ik krijg de wijze raad een ‘barra’ te gebruiken en hij maakt een slaande beweging. Ik reageer afkeurend, weer een grap, weer dat lachje. Ik maak een deal voor een laatste partij hooi van goede kwaliteit dat we oppikken wanneer we de auto terug hebben.
Zijn paarden, 10 stuks, staan dicht bijeen aan korte touwen vastgebonden, enkelen staan in de schaduw, de anderen deels, sommigen zijn gezadeld. Alles ziet er verzorgd uit. Als ik de paarden benader blijven ze apathisch voor zich uit staren.
Eduardo is een kleine man met dunne benen in een rijbroek gewrongen. Zijn rijbotjes verbergen bokkenpootjes en hij heeft een sardonisch lachje!
Na twee weken komt de garage met het nieuws dat ze niets vinden, na drie testritten lijkt alles normaal. Is dat alles wat ze al die tijd gedaan hebben!? En naar brandsporen in de motor zoeken, vraag ik, kunnen we doen maar dan moet hij hier nog twee weken blijven, als ik vraag of hij dit meent is het antwoord, si señor.
Dit is de druppel die de emmer doet overlopen. Ik vraag of ze kunnen garanderen of het veilig is om in de bergen met een paardentrailer rond te rijden. Dat willen ze niet, maar maandag kunnen ze nog een testrit doen. Het is nu vrijdag en te laat om de auto voor maandag op te halen. Ik vraag of ze de testrit vroeg in de ochtend, de late middag of het ‘s nachts gaan doen. No en la noche antwoord de man afgemeten. Maandag bel ik terug, de vierde testrit is naar morgen doorgeschoven! Ik bedank de man voor zijn diensten en laat weten dat we de auto de volgende dag komen ophalen en reserveren meteen een taxi.
Het stuur losjes in de hand toont de sympathieke taxi chauffeur zijn stuurmanskunst op de kronkelende wegen van de Sierra de Cazorla met overstuurde magen tot gevolg. Na twee fastfoodmaaltijden op enkele uren tijd, bij één van de bekendere fastfoodketens, voelen Hannah en Khaan zich weer gezond. Tussendoor vullen ze de tekorten voor onze verdere reis aan door gretig te shoppen in een XXL supermarkt.
Net geen drie weken zijn we afhankelijk van het XXS winkeltje in het dorp. Ondanks de beperkte keuze aan levensmiddelen slaag ik er wonderwel in het lichtgewicht kampeertafeltje vol gevarieerde gerechten te toveren. Verbale dankbetuigingen zijn mijn deel, maar zijn klein bier vergeleken met het enthousiasme waarmee mijn disgenoten hun diepe kommen, borden hebben we niet, volladen en overgaan tot het vliegensvlug verorberen of traag wegwerken van de met pikante saus overgoten inhoud. De sensatie van het koude prikwater waarmee we onze maaltijd doorspoelen is de kers op de taart.
We slaken een zucht van opluchting wanneer den Disco niet in het minst gehinderd door de zelfgeproduceerde stofwolk tussen trailer en tenten tot stilstand komt. Eindelijk!