Un caballo guapo Een mooi paard
Wanneer ik op een weekenddag dwars door het stadje Baza wandel, het verkeer in beide richtingen ontwijk en mij een weg baan tussen de dubbelgeparkeerde wagens en andere voertuigen geladen met oranje gasflessen of andere goederen die de rekken van de detailhandel vullen, routebeschrijving in de ene hand, paard in de andere hand, word ik omringd door echoënde kinderstemmen die ‘un caballo” roepen.
Een oude BMW, met 3 vlezige in de autozetels hangende dames van het zigeunerachtige type, passeert me 2 keer en telkens roept de bestuurster me zelfzeker toe dat ze het paard wil kopen. Beleefd wimpel ik het aanbod af. De luide commentaar die hierop volgt is, denk ik, niet aan mij gericht. Met net geen gierende banden scheuren ze weg.
Even later komt een tandeloze kerel met doffe, waterachtige ogen, vragen hoeveel een paard kost. In mijn beste Spaans vertel ik hem, met een schalkse glimlach, “el precio de un caballo es el precio el loco quieres pagar”. Duidelijk van zijn onzekere stuk gebracht wenst hij me ‘un buen viaje’. Met de ogen op zijn vuile sneakers gericht, druipt hij monkelend af.
In het centrum komt het drukste kruispunt van de stad tot stilstand. Tegen alle verkeersregels in, lichten negerend, keert een auto linksom en gooit de remmen dicht. Alles rondom mij verstomt en iedereen staart mij aan. Een luide stem gebiedt me een prijs voor het paard te noemen. Ik zeg dat het paard niet te koop is. Ella tiene cinco años, hoor ik dezelfde luide stem nog roepen, seis, verbeter ik hem. Al betwijfel ik dat hij dit nog gehoord heeft. Het verkeer trekt zich op gang, en alsof er niets gebeurt is, steek ik met mijn kostbare, dierbare en uiterst koele metgezel, het drukke kruispunt over en wandel in alle rust, nog 1,5 kilometer, verder door de stad.
We kuieren lange tijd, langs een kabbelend riviertje waarvan de oevers gevormd worden door gladde rotspartijen, door een stukje dennenbos met hoge dennenbomen waartussen warme zonnestralen voor gestileerde schaduwpartijen zorgen, en over open groene veldjes waar een klein type varens zacht wiebelen in het koele briesje. Ondanks een voor ons licht oplopende verharde weg, is het hier ronduit vredig.
Wanneer ik met Khaan even pauzeer om een stuk stokbrood, de dagelijkse noten- of proteïnebaar en een mandarijn te eten, schenken we amper aandacht aan de grijze, door de tand des tijds aangetaste auto, die traag onze richting uit rijdt en enkele ogenblikken later, achter ons, schuin op de weg tot stilstand komt. De rondbuikige kalende oudere man lacht zijn onverzorgde tanden bloot, brengt zijn verweerde vingers samengevouwen naar zijn mond, kust deze en werpt een zoen richting Sia. Hij roept,”caballo guapa”, vermeldt met enige trots dat hij ook een pony heeft, en vraagt of het kampement met paardentrailer een stuk verderop bij ons hoort. Blij dat hij het helemaal begrepen heeft en zichtbaar genietend van deze ontmoeting, tuft hij verder. Later wanneer ik de elektrische omheining voor Sia aan het plaatsen ben rijdt hij, positief gebarend, voorbij. Nog later wanneer ik even neerzit, om de nog steeds pijnlijke voeten rust te gunnen, zie ik hem voor de derde keer, duim omhoog, passeren. Wat is het Spaanse woord voor ‘stalking’?!
Un caballo guapo, Una yegua hermosa, … bella, … bonita, … ! Dagelijks wordt Sia, door de diverse Spaanse populatie, met superlatieven overladen. Op de meest verlaten en desolate locaties duikt er wel iemand op die haar wil kopen. En meermaals wordt me gevraagd waarom ik een paard meeneem en er niet op rijd. En hoewel ik in mijn dromen natuurlijk met mijn uiterst snelle trouwe viervoeter door de mooiste landschappen galoppeer waarbij onze lange, grijze en zwarte manen, ritmisch en horizontaal met de snelheid van de wind in de perfecte plooi golven, klopt het helemaal om de 1000 kilometer te voet af te leggen.
Meestal oudere mannen, vertellen me, hebben zelf, of hun vader zaliger een paard, een ezel, een muilezel of een veelvoud van gehad. Ze erkennen met trots haar nobele Spaanse afkomst. Als ze enige interesse tonen vertel ik kort over onze reis. Soms ontstaat er een echte dialoog, maar meestal, erg spraakzaam zijn ze zelden, ronden ze het gesprek af met de stopwoorden “venga” of “vale”, waarmee ze hun goedkeuring en of ongeloof uiten. Vrouwen, heb ik gemerkt, al wil ik dit niet veralgemenen, ontmoetingen zijn schaars, komen sneller op dreef. Als hun geratel me te snel gaat en ik hun op de hoogte breng van mijn buitenlandse afkomst en mijn gebrekkige beheersing van hun prachtige taal, beginnen ze dezelfde uitleg opnieuw maar dan LUIDER! Meestal kan ik dan min of meer toch iets van de verhalen volgen, al ligt het niet aan de luidere stem, ik ben niet doof, maar aan het herhalen van dezelfde woorden.
Mensen met minder economische middelen hadden een ezel of muilezel. Een paard of paarden, zeker de traditionele rassen zoals de Pura Raza Española of PRE, waren en zijn nog steeds diepgeworteld in de cultuur en een symbool van status en nationale trots. Sia en Diva stammen af van deze door Spaanse edellieden gefokte paarden. Voor hetzelfde geld, of misschien voor minder geld, hadden we twee, niet raszuivere of cruzados, gekocht. Met status en nationale trots ben ik, hoegenaamd, volstrekt en in het minst, niet bezig.
Toen ik een 20 tal jaar geleden voor het eerst in de Alpujarras kwam was het beeld van een, toen al oudere man, achter ploeg en muilezel lopend, een vertrouwd beeld op het platteland. Heden ten dage is het, net zoals te voet reizen met een paard, een zeldzaamheid.